Van oliekoek tot Nederlandse traditie.
In Nederland duikt de oliebol elk jaar weer op zodra december begint. Op de markt ruik je warme olie, bij de bakker liggen stapels oliebollen op schalen, en thuis staat er ineens een beslagkom op het aanrecht. Het voelt heel “van nu”, maar de oliebol heeft een geschiedenis die je terugbrengt naar 17e-eeuwse kookboeken, wintergewoontes en gebruiken rond de jaarwisseling.
Wat is een oliebol (en wat was een oliekoek)?
Een oliebol is in de basis gistdeeg dat in hete olie of vet wordt gebakken en daarna poedersuiker krijgt. Vaak zitten er rozijnen of krenten in, soms appel of sukade. Dat weten we wel. Maar eeuwenlang heette dit geen oliebol, maar oliekoek. Pas later werd het de ‘oliebol’ van nu.
De oudste sporen
Voor de herkomst gaan we terug naar een kookboek uit de 17e eeuw. Twee soorten bronnen belangrijk: beeld en tekst.
Beeld: een schilderij rond 1652
Er is een bekend schilderij van Aelbert Cuyp (Dordrechts Museum →) dat vaak wordt genoemd als een van de oudste duidelijke beelden van oliekoeken/oliebollen. Het laat zien dat dit soort gebak in elk geval midden 17e eeuw al bestond.

Tekst: ‘oliekoecken’ in 1667
In 1667 verscheen het kookboek De verstandige kock, of Sorghvuldige huys-houdster. Dat boek wordt door de Koninklijke Bibliotheek beschreven als een belangrijk vroeg Nederlands kookboek. In moderne artikelen die teruggrijpen op dit kookboek wordt ook het recept voor ‘oliekoecken’ genoemd.
Samen geven deze bronnen een stevig vertrekpunt: oliekoeken horen aantoonbaar bij het Nederland van de 17e eeuw.
Waarom heten ze eerst ‘koek’ en later ‘bol’?
De vorm veranderde mee met wat mensen thuis konden doen. Om echt “bol” te kunnen bakken, heb je een pan nodig met genoeg olie, zodat het deeg rondom kan drijven en garen. In vroegere tijden was olie niet altijd ruim beschikbaar. Dan bakte men deeg in een kleiner laagje vet. Dat levert eerder een platte koek op dan een ronde bol. Dit idee komt terug in uitleg over de oude ‘oliekoek’. Als er dus genoeg olie is zodat het deeg kan ‘drijven’, wordt het vanzelf ronder. Zo schuift de oliekoek stap voor stap richting oliebol. De naam volgt dus de praktijk in de keuken.

Waarom oliebollen juist met ‘Oud en nieuw’?
De koppeling aan 31 december is geen ‘één oorzaak’. Het is een mix van winterlogica en sociale gewoonte.
Wintereten
Oliekoeken passen goed bij de winter. Meel, gedroogd fruit, gist en vet zijn ingrediënten die lang houdbaar zijn. En het resultaat is vullend. Dat maakt het logisch als een soort seizoensgebak.
Nieuwjaarsbezoek
Een belangrijke lijn in de verhalen is het langs de deuren gaan rond nieuwjaar. In ruil voor goede wensen kregen mensen iets te eten. In sommige beschrijvingen worden oliekoeken genoemd als ‘een hap’ die je makkelijk kan uitdelen.
Kermis en wintervieringen
Ook winterse vieringen, zoals rond Sint-Maarten, en kermissen spelen mee: daar hoorde vet gebak bij; dat waren echte traktaties; die kreeg je niet iedere dag. Deze gewoontes verschoven later naar de jaarwisseling.
Traditie wordt sterker
Wat je nu ziet – oliebollen als hét vaste oud-en-nieuw-eten – past ook bij hoe tradities zich “vastzetten”. Als bakkers, kramen en media elk jaar hetzelfde moment kiezen, wordt dat het ritme van het land. De oliebollen worden nu dan ook in enorme aantallen geconsumeerd.
En die verhalen over bescherming en boze geesten?
Je hoort vaak het verhaal over midwinteroffers en dat vette koeken werden gegeten als ‘bescherming tegen kwade geesten’ met vet eten. Ze klinken spannend, maar betrouwbare, directe bronnen zijn schaars; zeg maar “vaak verteld, maar lastig te bewijzen”…

Is de oliebol in Duitsland ook traditie?
In Duitsland is de oliebol geen traditie zoals bij ons in Nederland. Rond oudejaarsavond (Silvester) eten veel Duitsers wél iets dat er qua idee op lijkt: de Berliner, oftewel de Berlinerbol. We kennen ze wel: de gefrituurde bollen van zoet gistdeeg, meestal met jamvulling of bakkersroom en suiker of glazuur. In grensregio’s zie je in december soms Nederlandse oliebollenwagens of verkoopacties die ook Duits publiek trekken. Dat is eerder “import via de grens” dan Duitse traditie.
Eén land, veel namen
Wat het voor Nederlanders soms verwarrend maakt: hetzelfde gebak heet in Duitsland op veel plekken anders. Denk aan:
- Berliner (veel in Noord- en West-Duitsland)
- Krapfen (vooral Zuid-Duitsland/Bayern; in het bredere Duitstalige gebied ook Oostenrijk)
- Kreppel/Kräppel (bijvoorbeeld in Hessen)
- Pfannkuchen (in en rond Berlijn betekent ‘Pfannkuchen’ juist een Berliner, niet een pannenkoek)
De ‘senf’-grap: Berliner met mosterd
Bij Silvester hoort in veel families ook een grap: één Berliner is gevuld met mosterd (of iets anders dat je niet verwacht). Het idee is simpel: je ziet het van buiten niet, en degene die ‘m krijgt, merkt het pas bij de eerste hap en is daarmee de Silvester Sjaak…
Hoe zijn de termen ‘Berliner’ en Silvester ontstaan?
‘Berlinertijd’ verwijst naar de lokale tijd in Berlijn. Deze komt overeen met de Midden-Europese Tijd (MET), internationaal bekend als Central European Time (CET) en is gelijk aan de Nederlandse tijd.
De Duitse term Silvester voor Oudejaarsavond is vernoemd naar paus Silvester I. Hij was paus van 314 tot 335 en stierf op 31 december 335. Ter ere van hem werd 31 december zijn katholieke feestdag, ook wel Sint-Silvestersdag genoemd.
Oliebollen recept
En last but not least: Een makkelijk recept om zelf de lekkerste oliebollen te bakken, zelfs als je dat nog nooit hebt gedaan. Je leest het op Lekkersterecepten.nl →

Naar alle vakantiewoningen in Duitsland →
Anderen lazen ook
• Het ontstaan van de kerstbal →
• Kerstmarkten in Duitsland →